Duurzame beloftes ten spijt. Deze palmolie gaat gebukt onder landroof

OneWorld, 23 maart 2017
Niet alleen tropisch regenwoud, ook bewoners moeten wijken voor palmolie in Indonesië. Een bezoek aan Bumitama’s plantage in Kalimantan, waar het spoor van de palmolie verder leidt naar Nederland. 

“Kijk, die hebben we nog.” Adinda wijst naar de exotische fruitboom op het erf. Buiten slenteren twee magere koeien en scharrelen wat kippen. Maar de akker waar ze voorheen met haar gezin rijst en groente op verbouwde, is niet meer. Haar dorp Sukujaya is vandaag de dag ingesloten door een oliepalmplantage, terwijl deze vijftien jaar geleden omringd werd door tropisch regenwoud. “We hoorden hier de papegaaien praten en apen brullen”, vertelt ze.

Adinda is bang om aan een buitenlandse journaliste haar verhaal uit de doeken te doen. Ik mag haar echte naam niet noemen en ze weigert de fotograaf om foto’s van haar te nemen. “Waar ben je precies bang voor?” vraag ik haar. “Als ze weten wie ik ben, kunnen ze me intimideren. Of ontslaan. Dan heb ik straks geen inkomen meer.”

In kaart
Toch doet ze haar beklag, in de hoop haar ene hectare land terug te krijgen in het gebied Kotawaringin Lama waar ze met haar man woont in de Indonesische provincie Centraal Kalimantan, op het eiland dat ook wel bekend staat als Borneo. Ze loopt naar achteren en komt terug met het landcertificaat. “Dit is ons land. Dat willen we terug.” Ze doelt op compensatie door het plantagebedrijf Bumitama Gunajaya Adabi, een dochteronderneming van Indonesisch palmoliebedrijf Bumitama Agri Ltd.  die levert aan palmoliehandelaar en -verwerker Wilmar die sinds 2013 een beleid hanteert dat landroof dient uit te sluiten. Ook bij zijn toeleveranciers, zoals Bumitama.

Indonesie

Wilmars duurzame aspiraties
Wereldwijd is dit bedrijf de grootste handelaar in palmolie: Wilmar. Deze multinational verhandelt niet enkel maar verwerkt ook palmolie. Eind 2013 stelde Wilmar – naast het RSPO-lidmaatschap – het No deforestation, no peat, no exploitation (NDPE)-beleid in werking, dat ook geldt voor toeleveranciers zoals Bumitama. In het NDPE-beleid staat zoal dat arbeidsrechten, landrechten en rechten van inheemse en lokale gemeenschappen gerespecteerd dienen te worden. En dat free, prior en informed consent – het principe van vrije voorafgaande en geïnformeerde toestemming – gehandhaafd wordt.

Palmolie, het is razend populair. Je ziet het niet, je proeft het evenmin, maar het vet zit in meer dan de helft van alle levensmiddelen van onze supermarkt. En de olie vindt gretig aftrek in de biobrandstofindustrie. Maar problemen rond de teelt in de productielanden zijn nog steeds aanwezig. Zo verdween er tussen 2000 en 2012 6 miljoen hectare – een gebied zo groot als de helft van Engeland – aan primair bos in Indonesië, boskap waar palmolieproductie een belangrijke rol in speelt. Eind 2015 legden branden – vaak op koolstofrijke veenbodems – het land deels in as. Deze vormden niet enkel een bedreiging voor de volksgezondheid. Ze maakten Indonesië als land ook één van de grootste uitstoters van broeikasgassen wereldwijd.

De Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO), het duurzaamheidskeurmerk voor palmolie dat werd opgericht in 2004, moest soelaas bieden bij problemen als ontbossing en sociale misstanden. Bumitama is sinds 2007 RSPO-lid en Wilmar International is RSPO-gecertificeerd. Een bezoek aan Bumitama’s plantage maakt echter duidelijk dat landroof en mensenrechtenschendingen nog aan de orde van de dag zijn.

Naar Rotterdam
Tussen juli 2015 en juni 2016 verscheepte Wilmar ruwe palmolie gewonnen op de bezochte plantage in Kotawaringin Lama naar onder meer de Rotterdamse haven, zo blijkt uit de traceergegevens van het bedrijf.

kaart-route

Vanaf de plantage gaat het geoogste oliepalmfruit binnen zo’n 24 uur per vrachtwagen naar de molen in Kotawaringin Lama, waar de olie uit het fruit geperst wordt. Per schip gaat de ruwe palmolie vanuit de haven van Kumai op Centraal Kalimantan via een raffinaderij in de haven van Pelintung op het eiland Riau, of in Gresik nabij Soerabaja op Oost-Java, naar Rotterdam.

En wat er dan mee gebeurt? Het traceerbare spoor loopt hier dood. Na aankomst in Rotterdam, zou Wilmar de ruwe palmolie kunnen doorverkopen, bijvoorbeeld aan een fabrikant van biobrandstof.

Ook gebeurt het dat Wilmar, hier opererend onder de naam Olenex Edible Oils, een Joint Venture van Wilmar en oliezaadbedrijf ADM waaruit het merendeel van hun geraffineerde plantaardige oliën wordt verkocht, de palmolie zuivert in een van zijn raffinaderijen  in de mainport. Wilmar kan overigens evengoed leveren aan zijn klant Unilever, bekend van merkproducten als Blue Band, Becel en Bertolli margarine, Knorr wereldgerechten, Calvé pindakaas en Dove doucheschuim. Allemaal producten waar Unilever palmolie voor gebruikt.

Van regenwoud naar monocultuur
Terug naar Kotawaringin Lama. Toen Adinda en haar man in de jaren ’90 als transmigranten uit Java hier neerstreken, kregen ze twee hectare cadeau. Dit vanuit de gedachte om dichtbevolkte gebieden te ontlasten en dunner bevolkte regio’s te stimuleren. “We verbouwden er rijst en groenten. Wat we zelf niet opaten, verkochten we hier op de markt.”

Adinda vertelt dat ze er orang-oetans (letterlijk betekent dit: mensen van het bos) hoorde. “Er zaten ook baby orang-oetans.” Volgens internationale natuurorganisatie IUCN wordt de Borneose orang-oetan momenteel met uitsterven bedreigd. En dat komt met name door de palmolieteelt, die dikwijls de habitat van deze roodharige mensapen kapot maakt.

Nadat Bumitama in 2004 een vergunning kreeg voor de plantage, werd Adinda’s dorpje Sukajaya als het ware ingepalmd door 30.000 hectare oliepalmen. “Eén hectare verkochten we via een tussenpersoon aan het bedrijf. De andere hectare hielden we om ons eigen eten op te verbouwen.” Maar dat mocht niet: “De mandor (supervisor op de plantage, red.) vernielde onze gewassen.”

Bumitama meldt in een schriftelijke reactie dat de landcertificaten van de bewoners destijds via de gangbare procedure zijn overgedragen aan het nationale landagentschap (een overheidsorgaan verantwoordelijk voor het beheer van de eigendomsrechten, red.). Maar volgens Bumitama zijn sommige certificaten per ongeluk teruggegeven.

Wat is RSPO?
De Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO) is een duurzaamheidskeurmerk voor palmolie, opgericht in 2004 door onder meer voedingsconcern Unilever en het Wereld Natuur Fonds. De keurmerkinstantie beoogt problemen als ontbossing, branden, landroof en andere mensenrechtenschendingen binnen de palmolieketen aan banden te leggen. Dit via de zogenaamde Principles & Criteria, het reglement waar de gecertificeerde bedrijven zich aan dienen te houden. Op dit moment is 18 procent van alle palmolie wereldwijd RSPO-gecertificeerd. RSPO telt meer dan 3.000 leden. Aan de Ronde Tafel zetelen financiers als Rabobank, handelaren als Wilmar, producenten als Bumitama Agri, supermarktketens als Ahold Delhaize en andere ketenspelers. Ook non-profitorganisaties als Oxfam Novib nemen deel.

Adinda en haar gezin zijn niet de enige bewoners die gebukt gaan onder landconflicten. De Indonesische milieuorganisatie Walhi schat dat het probleem zo’n 13 dorpsgemeenschappen, pak ’m beet 13.000 bewoners in Kotawaringin Lama, treft. Waarvan de meesten niet een aantoonbaar document bezitten als Adinda. Neem de inheemse inwoners, de Dayaks, die voor de komst van de plantage hun voedsel uit de bossen haalden of op eigen akkers verbouwden, maar nooit grondbezitter zijn geweest op papier. Volgens directeur Arie Rompas van Walhi Centraal Kalimantan zijn mensen vaak bang voor repercussies, waardoor ze niet durven te vragen waar ze precies recht op hebben. Dat is in strijd met het free, prior and informend consent, een internationale richtlijn die Wilmar en RSPO hanteren. Deze regeling dient te garanderen dat bewoners in vrijheid kunnen beslissen én dat ze vooraf goed geïnformeerd zijn indien ze toestemming geven voor het landgebruik door palmoliebedrijven.

Toen Bumitama in de regio kwam, was de afspraak dat het land 50-50 verdeeld zou worden met de plaatselijke bewoners. Bumitama beweert deze afspraak na te zijn gekomen. “Die verdeling is vanaf het begin een valse belofte geweest”, reageert Rompas. “Sommigen hebben te weinig land gekregen. Of te weinig geld voor hun oliepalmfruit.” Hij laat een rekening zien waarop een familie met twee hectare 376.626 roepies (27 euro) krijgt uitgekeerd. “Normaal is de maandelijkse opbrengst zo’n 4 miljoen Indonesische roepies (282 euro).”

In de cel
Angst voor het bedrijf is niet ongegrond, ondervond Gusti Gelombang. Als belangenbehartiger van de bewoners in Kotawaringin Lama en oud-medewerker bij Bumitama, ging hij in 2014 op zoek naar geld dat de bewoners nog behoorden te krijgen van het bedrijf.

Hij ontdekte naar eigen zeggen een miljoenenfraude rond het geld dat initieel bestemd was voor de bewoners. Daarop deed hij aangifte bij de politie. Er gebeurde niks. Althans niet met zijn aangifte. Bumitama deed wel een tegenaangifte op verdenking van verduistering van zo’n 570 euro door Gelombang. “Ik werd overvallen door twintig politieagenten, middenin de nacht”, vertelt hij over zijn arrestatie eind 2015, “terwijl ik op bezoek was in Bogor (stad op Java, red.).”

Unilever: grootste gebruiker
Met een gebruik van zo’n 5 miljoen ton aan palmolie, palmpitolie of een afgeleide daarvan beslaat het bedrijf zo’n 8 procent van alle geproduceerde palmolie. De multinational is naar eigen zeggen de grootste gebruiker van gecertificeerde palmolie onder levensmiddelenproducenten. Unilever is RSPO-lid van het eerste uur en ontwikkelde, net als Wilmar, een eigen duurzaamheidsbeleid dat verder reikt dan RSPO: Unilevers sustainable palm oil sourcing policy. Hierin stelt het bedrijf voor 2020 enkel duurzame palmolie te gebruiken. Eind 2017 beoogt het levensmiddelenconcern palmolie te traceren tot aan de bron. Maar zover is het nog niet. Op de vraag of het bedrijf palmolie gebruikt van de bezochte Bumitama-plantage, meldt het bedrijf dat ze daar helaas niet op kunnen ingaan.

Hij belandde achter de tralies totdat hij een half jaar later voor de rechter moest komen. Die sprak hem vrij. Een enorme opluchting voor Gelombang, die tranen huilde van geluk bij zijn vrijlating. Het blijft speculeren waarom zijn aangifte, die eerder bij de politie binnenkwam dan Bumitama’s, niet is opgevolgd. Volgens de Indonesische nationale mensenrechtenexpert Leila Noor Seila, die getuigde in deze zaak, is dat een schending van de mensenrechten. Tot op heden is er geen gehoor gegeven aan Gelombangs aangifte.

“Ik voel me verantwoordelijk voor de mensen hier”, vertelt Gelombang wanneer ik hem vraag waarom hij zich inzet voor de plaatselijke bewoners. Tsjirpende krekels luiden de avond in bij het vorstelijk onderkomen in de stad van Kotawaringin Lama, daar waar Gelombangs vader en voorvaderen nog als sultan regeerden over het gebied. Ondanks dat Gelombang zelf officieel geen politieke macht meer beoefent, trekt hij het lot van de bewoners zich aan. “Er kwamen zoveel mensen naar mij toe met hun zorgen. Ik moest iets doen.” En zo kwam het dat hij op zoek ging naar het niet ontvangen geld en aangifte deed van de fraude.

Palmolie zit in onder meer stroopwafels, biscuits, margarine en babyvoeding. De olie komt uit het vruchtvlees, terwijl palmpitolie gewonnen wordt uit het zaad. Deze wordt gebruikt voor bijvoorbeeld zeep, waspoeder of veevoer. Palmolie wordt in de Europese Unie steeds vaker ingezet als ingrediënt voor biobrandstof. In 2014 ging 34 procent van alle palmolie in de EU naar voedsel, 45 procent was bestemd voor biobrandstof blijkt uit cijfers van onderzoeks- en lobbyorganisatie Transport and Environment. In 2010 was dat nog respectievelijk 57 procent en 8 procent.

Niet meer in de tank?
Experts verwachten dat het komende decennium de productie van palmolie nog eens groeit met 5 procent per jaar. Minstens. Een toename die niet alleen de druk op geschikte landbouwgrond verder opvoert, maar ook op tropische bossen, bedreigde dieren en het klimaat.

Hoe daar op te anticiperen? Politici krabben zich achter de oren. Afgelopen week stemde het Europees Parlement over een (niet-bindend) rapport, waarin staat dat het palmolie in biobrandstof wil uitfaseren tegen 2020. Maar het Parlement dient de Commissie nog te overtuigen.

Ook Nederland zet zich in voor duurzame palmolie. In de Amsterdam Verklaring, die voormalig minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in Nederland in 2015 ondertekende met enkele andere Europese landen, staat dat deze landen het commitment van bedrijven steunen die 100 procent duurzame palmolie willen gebruiken in of voor 2020. ‘Het kabinet ziet de RSPO als een van de hoogste standaarden voor duurzame palmolie, en steunt daarom het streven naar dit niveau’, zo laat een woordvoerder schriftelijk weten. ‘Wel is het kabinet van mening dat er ruimte is voor verdere verbetering van de RSPO-standaard.’

Geen vast contract
Sinds Adinda niet langer zelfstandig kan boeren, zat er weinig anders op voor haar dan te gaan werken op Bumitama’s plantage.

Vijf dagen per week werkt ze op de plantage, totdat het werk gedaan is. “De kruiwagen die ik nodig heb, is van mijn loon afgetrokken.” Adinda vertelt dat ze geen vast contract heeft en straks geen pensioen waar ze van kan leven. En dat terwijl ze al meer dan tien jaar werkt op de plantage, waar ze fruit van de grond raapt en oude bladeren verwijdert met de dodo, een lang snoeimes. “Waar moeten we van leven als we niet meer kunnen werken?”

Het grote schandaal
Afgelopen najaar bracht Amnesty International in het onderzoeksrapport The Great Scandal, sociale uitbuiting, gevaarlijke werkomstandigheden, kinderarbeid en gedwongen arbeid aan het licht. Misstanden die plaatsvinden bij RSPO-gecertificeerde plantages van Wilmar en enkele van zijn toeleveranciers in Indonesië. Wilmar meldt daarop een onderzoek te zijn gestart. Ook zou het regionale actie ondernemen om de situatie te verbeteren. 

“Geen pensioen, oudere werknemers die geen vast contract krijgen, ik hoor het hier regelmatig”, vertelt een plaatselijke vakbondsleider die anoniem wenst te blijven in angst voor repercussies. In Indonesië geldt de Wet op Arbeid No.13/2003, waarin staat dat een tijdelijk contract maximaal drie jaar duurt en een werknemer deze niet vaker dan drie keer achter elkaar dient te ontvangen. Bumitama die verklaart de wet na te streven en momenteel een evaluatie uitvoert omtrent de arbeidssituatie, overtreedt hier de Indonesische arbeidswet.

Keuren en klagen
De laatste jaren liep de onvrede rond Bumitama in Kotawaringin Lama verder op. Bewoners demonstreerden en wierpen wegblokkades op. Nadat Gelombang werd gearresteerd, diende non-profitorganisatie Sawit Watch eind 2015 een klacht in bij RSPO. Momenteel zijn de partijen met elkaar in gesprek.

Ook Wilmar geeft aan deze case te volgen. De palmoliehandelaar geeft in een schriftelijke reactie weer de insteek te hebben eerst de conflicten op te lossen in plaats van de leverancier af te stoten. Want alleen dat laatste leidt volgens Wilmar niet tot duurzame transformatie. Mocht er echter geen progressie worden geboekt, dan neemt het bedrijf wel de beslissing om te stoppen met aankopen.

“Er is tot nu toe weinig verandering”, signaleert Gelombang naar aanleiding van de RSPO-klacht. “Het proces gaat erg langzaam.” RSPO reageert dat landconflicten ‘de meest uitdagende cases’ zijn, mede omdat het de betrokkenheid van overheidsinstanties op verschillende niveaus betreft.

“Het is absurd als je met droge ogen durft te beweren dat palmolie van dit soort plantages ooit duurzaam zou kunnen zijn”, betoogt campagneleider Rolf Schipper van Milieudefensie die ook de plantage bezocht. De milieuorganisatie diende eerder klachten in vanwege de wanpraktijken van Bumitama Agri, onder meer vanwege illegale ontbossing. “Het is schrijnend om te zien dat ondanks alle wetten en regels die er zijn, hier een soort rechteloosheid heerst. Palmoliebedrijven doen gewoon waar ze zin in hebben.”

RSPO meldt dat het als systeem niet perfect is. Maar dat juist omdat het keurmerk bestaat, het zijn leden kan ondervragen en uitdagen omtrent het niet naleven van de regels.

Rompas vindt dat RSPO sancties moet durven te nemen: “RSPO moet het lidmaatschap van BGA (Bumitama Gunajaya Adabi, red.) tijdelijk schorsen totdat alle problemen zijn opgelost.”

En Adinda? Die wil straks kunnen leven van een pensioen.  En ze wenst haar eigen eten weer te verbouwen, op die ene hectare grond die ze terug wilt. “Of tenminste een eerlijke vergoeding.”

Lees hier de volledige longread met foto’s en kaarten.

Foto: Kemal Jufri
Data: Adriana Homolova

Leave a Comment

Leave a Comment

KvK: 538 24 695