Boer zoekt vrouw

…en vertrekt naar buitenland. 
Reportage gepubliceerd in VertrekNL. 3e jaargang; nr. 12; pag. 60-64. 

VertrekNLHet boerenleven is in trek, althans op televisie. Boer zoekt vrouw trekt miljoenen kijkers. Het tv-programma dat inmiddels vele varianten kent, zet de boer in zijn zoektocht naar de ware liefde centraal. Met romantische impressies van het vrije buitenbestaan, verbeeldt het een leven waar diverse boerinnen in spé van dromen. Maar een boerenleven gaat niet altijd over rozen, al helemaal niet als je ook nog naar het buitenland verhuist.

Opstaan voor dag en dauw, hard werken voor je centen terwijl je ook nog moet integreren in een nieuwe cultuur. VertrekNL vroeg boerin Monique, Janneke en Ingrid, die wonen en werken in respectievelijk Frankrijk, Roemenië en Denemarken, in hoeverre hun dromen worden waargemaakt op het platteland.

ROMANCE IN LA DOUCE FRANCE

Het Nederlandse tv-programma Boer zoekt vrouw heeft Monique Seinen helemaal gevolgd via de satelliet in Frankrijk. Er is nu zelfs een Franstalige variant: L´amour est dans le pré (liefde in het weiland). Wat ze ervan vindt? Leuk amusement, maar het is geen spiegel van het echte boerenleven: “Het lijkt alsof de boer alle tijd van de wereld heeft. Maar een boer heeft helemaal geen tijd”, vertelt ze.

Monique Seinen, oorspronkelijk afkomstig uit Hoogeveen, kan het weten. Zij werkt nu fulltime als boerin. Dat had ze jaren geleden nooit gedacht. Ze droomde van een carrière in de uitzendbranche. Maar het liep anders. Ze ontmoette Rutger, die al jaren hobbyboerde in Slagharen. Hij droomde van een serieuze boerderij. “Als je geen grote zak met geld hebt, kom je als beginnende boer in Nederland niet aan een lap grond”, vertelt Monique. Dus verhuisden ze in 2007 naar Frankrijk waar ze een pluimveehouderij overnamen in Lusanger, een dorp gelegen tussen Rennes en Nantes.
Inmiddels runnen Monique en haar echtgenoot samen het bedrijf met vijf stallen vrije- uitloopslachtkuikens en kalkoenen. De kuikens dragen het Label rouge keurmerk, dat staat voor een beter en langer leven met meer bewegingsvrijheid en zonder preventief toegediende antibiotica. Acht sportpaarden hebben ze, evenals een akker met graan en een gîte die ze ’s zomers verhuren.

Van ‘s ochtends 7 uur tot soms zomers middernacht zijn Monique en haar man druk in de weer. Monique voert de beesten, checkt de stallen, helpt haar man met uitmesten of ander zwaar werk en doet de administratie. Topdrukte is het in de zomer, als de vakantiegangers er zijn en het oogsttijd is. Dan zetten ze beiden, zoals Monique dat vertelt, de schouders eronder. Tot laat in de avond begeleidt ze met auto en zwaailicht dan haar man op de trekker om het graan naar de coöperatie te rijden en het stro op tijd binnen te krijgen.

Integreren in Frankrijk
“Het leven is hier heel anders dan in Nederland. De rust en de ruimte zijn fantastisch”, vertelt Monique. “In Nederland zijn de mensen gehaast en het verkeer is druk. Dat heb je hier niet. In de zomer ben ik binnen een uur bij zee.” Had Monique geen moeite om te aarden in zo’n gehucht? “Gelukkig sprak ik de taal. Ik had een jaar Frans gestudeerd aan de universiteit. Bovendien ben ik in tegenstelling tot mijn man, een extravert persoon. Dus werd ik lid bij het feestcomité van het dorp.” Monique vervolgt: “In het begin stelde ik me wat bescheiden op. Net zoals Fransen dat doen. Elke keer als ik mijn twee dochters op ging halen van school, kwam er een andere ouder met me praten. Wat bleek? Ze vonden het sneu dat ik niemand kende. Dus spraken ze onderling af dat iedere dag iemand een praatje met me kwam maken.”

Dat is wat Monique zo waardeert in de Fransen: hun beleefdheid. “Ik voel me hier helemaal op mijn gemak”, vertelt ze. Wat ze wel jammer vindt, is dat Fransen zo weinig flexibel zijn als het gaat om vernieuwing. “Neem het idee om de bureaucratische rompslomp te versimpelen voor de boeren. Dat proces duurt eeuwen. Ze lopen hier zo’n 25 jaar achter en het lukt ze maar niet om een versnelling hoger te gaan. Dat frustreert me enorm.”

Monique wil niet meer terug naar Nederland noch het boerenleven vaarwel zeggen. “De vrijheid die je hebt om je eigen beslissingen te maken, lekker buiten in de natuur te werken met de dieren om je heen, dat maakt het boerenleven voor mij uniek.” Toch kriebelt het af en toe bij Monique. Want naast haar boerinnenleven heeft ze nog een eigen droom: een baan in de commerciële sector. Bijvoorbeeld op een verkoopafdeling waar ze internationale contacten kan onderhouden.

GEITENHOEDEN IN ROEMENIE
“Herders behoren tot de oudste beroepen, net als hoeren”, zegt boerin en schrijfster Janneke Vos lachend. “Haha, herders en hoeren. Dat is een mooie titel voor een boek.” Janneke vertrok in 2006 met haar Ad naar Transsylvanië in Roemenië om samen met lokale herders geiten te hoeden. Terwijl hij zich vooral zou bemoeien met de geitenboerderij, zou zij zich primair richten op haar droom als journaliste en schrijfster. Alleen kwam van schrijven de eerste jaren wat minder terecht. “Tja, als je partner zich drie keer in de rondte werkt, dan ga je niet zeuren over vieze handen. Dan help je gewoon mee.”

Van het Groningse Appingedam belandde Janneke uiteindelijk in het Roemeense gehucht Oarba de Mures. Hoewel Ad al jaren droomde van het rurale landleven, was voor Janneke het avontuur de drijfveer, evenals haar passie voor dieren en natuur. Omdat het boerenbestaan niet haar eerste keuze was, zou ze opvolging geven aan haar journalistieke werk. Maar de videobrieven voor Nederlandse media over haar integratieperikelen in het ‘nieuwe’ Roemeense boerenlandleven hielden een keer op. Bovendien had Ad haar hard nodig om de geitenboerderij draaiende te houden. “Het begin van ons avontuur was zwaar”, vertelt Janneke. “Geiten houden was nieuw voor ons. Dus toen er plotseling allemaal lammeren doodgingen, schrokken we ons rot. Wat bleek? Ze waren overvoerd. Heel verdrietig, maar het was een leermoment.” Er zouden nog veel leermomenten volgen. Gesjoemel met oormerken, wijswijs worden in bureaucratische jungles en omgaan met personeel dat niet te vertrouwen was. “Lokale herders hebben ons meerdere malen belazerd. Soms waren ze spoorloos verdwenen na het uitbetalen van een voorschot. Of we misten ineens geiten. Die bleken dan achter onze rug om te zijn verkocht”, verklaart Janneke.

Werken totdat het snot uit je neus loopt
“Het boerenbestaan wordt vaak romantisch afgeschilderd”, vertelt Janneke. “Programma’s als Boer zoekt vrouw zijn leuk. Dan zie je boeren met gezonde blossen in blauwe overals en vrouwen die groenten halen uit de moestuin. Prachtig hoor. Maar de eenvoud van het boerenbestaan moet je niet idealiseren. Dat vertel ik ook altijd tijdens mijn lezingen, die ik geef als ik terug in Nederland ben.” Ze vervolgt: “Natuurlijk is het geweldig om je eigen wijn te brouwen of geitenkaas te maken. Besef alleen wel dat het boerenleven grotendeels keihard werken is totdat het snot uit je neus loopt. Vrouwen die boerin willen worden in het buitenland, raad ik aan om eerst het boek Boerin in Frankrijk van Wil den Hollander te lezen. Zij beschrijft op treffende wijze het primitieve boerenleven en de tegenslagen waarmee je te maken krijgt.”

Ad en Janneke hebben inmiddels hun geiten ingeruild voor jonge stieren. “Het houden van stiertjes voor vlees is een andere zaak, daar hoef je minder een echte boer voor te zijn”, roept Ad vanuit de kamer toe wanneer ik Janneke via Skype interview. “Je hoeft ze niet te melken en niet te hoeden. Het is dus minder ingewikkeld”, vult Janneke aan. Ze knijpt in haar handen met deze nieuwe business. De rust lijkt enigszins wedergekeerd. Nee, ook zij wil het buitenleven met haar Ad, stiertjes en de IJslandse paarden, Texelse schapen, Roemeense geiten, aangenomen (zwerf)honden en zomerse campinggasten (inderdaad, die hebben ze ook) niet meer opgeven. Maar ze heeft nu meer tijd om daarnaast haar eigen dromen te verwezenlijken. Zo werkt ze regelmatig voor het persbureau ANP. En haar nieuwe boek met, zoals ze zelf omschrijft, de leukste en ontroerendste verhalen over de honden in haar leven (en de mensen daarachter) verwacht ze eind maart/begin april dit jaar .

Een greep uit het leven van Janneke Vos

Twee weken vakantie in Nederland. We hadden ons er zo verschrikkelijk op verheugd. Heel veel bijslapen, weer eens normale dagen maken, mensen opzoeken, lekker lezen en zappen voor de buis. Zondagavond kwamen aan. Donderdagochtend alweer met spoed terug omdat de hele boel in Oarba de Mures uit elkaar dreigde te ploffen.
Wat ging er mis? Kort samengevat: de samenwerking tussen Ali, Rennie (red: maatschappers) en Pavel (red: herder) en Vali (diens vriendin). Onze maatschappers hebben het gevoel dat Pavel hen niet serieus neemt en hen rond commandeert. Zijn vriendinnetje Vali ontpopt zich tijdens onze aanwezigheid tot een hinderlijk kreng waarmee het voortdurend botst. Ali en Rennie bellen ons op om de situatie te overleggen. Ik bel daarna met herder Pavel. “Er zijn grote problemen,’ zegt hij. ‘Ik blijf niet langer bij jullie. Zoek maar een ander.”
Donderdagochtend, net drie dagen in Nederland. Ad en ik proppen onze spullen weer in onze tassen en rijden terug. Ik moet alsmaar huilen, er komt geen einde aan. Wanneer komt nu eens de dag dat Ad en ik weer rustig samen iets kunnen gaan doen? Dat ik gewoon mijn vriendinnen weer eens opzoek. Ik reis met mijn kadootjes terug, niets af kunnen geven. Waarom blijft dit leven alsmaar in zo’n moordend tempo doorgaan waarbij het ene probleem het andere opvolgt?

Zaterdagavond laat zijn we terug bij de stal. Daar zitten Vali en Pavel. Hun kamer is al leeggeruimd. Ik weet precies hoe laat het is. Ali en Rennie besluiten weg te gaan om over alles na te denken. Onze tweede herder Laurean meldt terloops dat hij na morgen niet terugkomt. Onze hulp Florin krijgt een baantje in België aangeboden en is foetsie. Pavel en Vali zijn gisteren vertrokken, onder achterlating van een bende rotzooi in hun kamer. Ik vind dat leuke truitje terug dat ik haar heb gegeven en die CD van mij die ze zo leuk vond. Ik voel mij gelijk die spullen. Opgesoupeerd. Aan de kant gegooid. Ik zit op de drempel van de kamer te janken van ellende.
Het leven gaat door. ‘We moeten vertrouwen hebben,’ zegt Ad. Dat is het minste wat ik op dit moment heb. Als ik me weg kon zappen uit dit bestaan deed ik het direct.

(Deze tekst is ingekort. De volledige tekst kun je lezen in Janneke’s boek Adio Peppi (2009) en op haar blog www.jannekevos.nl).

KALVERLIEFDE IN DENEMARKEN

“Ik heb altijd al een boer willen trouwen”, vertelt Ingrid van Zon. Van jongs af aan trekt het boerenleven haar. Kalveren knuffelen en koeien aaien, zo zag ze het leven voor zich. In haar studentenjaren werd ze, op een Brabants tentfeest van de Katholieke Plattelandsjongeren, dan ook niet voor niets gekoppeld aan boer Rinie. Toch had ze destijds geen idee wat het boerenleven inhield. Nu wel. “Aan dieren knuffelen kom je amper toe,” zegt ze. “Eerst moet het gewone werk af. En dat werk is nooit af.” Toch wil Ingrid haar boerenbestaan op het rustige platteland nooit meer opgeven, evenmin als haar vrijheid die ze heeft als zelfstandig ondernemer.

In 2003 besloten Rinie en Ingrid samen te gaan wonen op een boerderij in het Deense Arrild. Daar konden ze meer land voor minder geld krijgen dan in Nederland. Na de verhuizing, woonden ze twee weken in bij de oude eigenaar. Hij spijkerde hen zoveel mogelijk bij over de boerderij en maakte hen wegwijs in de buurt. Daarna moesten ze het alleen rooien. Rinie, die al vijf jaar ervaring had als boer in Nederland, deelde zijn vrouw eerst met de buitenschoolse opvang waar Ingrid als sociaal pedagoge een baan vond. Maar al snel kwamen er kinderen (inmiddels hebben ze twee zonen en een pasgeboren dochtertje) en Ingrid besloot zich te storten op zowel het gezinsleven als de boerderij. Haar baan zegde ze dus op.

Het bedrijf telt inmiddels 260 rood- en zwartbonte melkkoeien, drie melkrobots, een akker met maïs, gras en graan en drie personeelsleden. Ingrid voedt elke ochtend en avond tussen half 7 en half 8 de kalveren. Ook doet ze de complete boekhouding. Ingrid: “Mocht het ooit op een zeker moment niet meer gaan met het bedrijf, dan blijf ik wel in Denemarken wonen. Het is mijn thuis geworden.”

Aarden in Denemarken
“Denen zijn vriendelijke mensen, maar ze zijn erg familiegericht. Het blijft lastig om echt bevriend met ze te raken”, zegt Ingrid. Dat vindt ze moeilijk. En ja, dan mist ze haar vrienden en familie. Gelukkig woont er ook een handjevol Nederlanders in het dorp. “Toen ik hier kwam wonen, ging ik direct naar Deense les”, vertelt Ingrid. “Niet alleen voor de taal, maar ook om mensen te leren kennen.” Bovendien werd ze lid van een zogenaamde erfa (Deens voor ‘ervaring’) groep. Elke maand komen daar Nederlandse dames bijeen om bijvoorbeeld taarten te bakken, samen te bowlen of om te luisteren naar een begrafenisondernemer die vertelt over culturele verschillen bij een uitvaart. Veel deelnemers zijn boerin, maar ze hebben het dus niet alleen over ‘koetjes en kalfjes’ van hun boerenbestaan.

Blinde boerenromantiek
De liefde bracht Ingrid naar het platteland van Denemarken. Wat vindt ze van boerenromances in programma’s als Boer zoekt vrouw? “Heel leuk! Het is echt een programma waar ik thuis voor blijf. Via de satelliet heb ik alle uitzendingen gevolgd”, zegt ze. De serie scoort hoge ogen mede omdat het boerderijleven in een romantisch daglicht wordt gezet. Vroeger zou ze zelf een geschikte kandidate zijn geweest. Toch zou ze nooit willen deelnemen aan zo’n datingprogramma. Ze bekijkt het liever van een afstand. “Die nuchtere sfeer van het programma, zonder poespas. Dat vind ik mooi.” Herkent ze die sfeer? “Nou, wij zitten niet zoveel binnen koffie te drinken hoor”, zegt ze lachend. “Mijn man en ik zeggen altijd: boer zijn is geen beroep, maar een levensstijl.” Daarmee bedoelen ze dat je nooit je boerenpet kan afzetten, dat je dag en nacht bezig bent met je koeien en je akkers. Zo kunnen ze niet zomaar even terug naar Nederland, dan moeten ze eerst een ‘oppasser’ regelen die de beesten voert en verzorgt. Ze neemt het echter voor lief. Toch wil Ingrid als de baby groter is, een parttime baan buiten de deur zoeken. Als boekhoudster bijvoorbeeld.