Floortje Dessing’s eetavonturen

 Bouillon! magazine nr. 40, 2013, pag. 50-55 

cover40Floortje Dessing, net terug uit de VS en enigszins vermoeid door de jetlag, is misschien wel de bekendste globetrotter van Nederland. Voor haar programma’s op tv reist ze de hele wereld rond. Maar wat krijgt ze allemaal voorgeschoteld in die exotische landen? En hoe handhaaft ze haar principes van gezond en verantwoord eten in regio’s waar honger en armoede heersen? 

‘Ik krijg de meest bizarre dingen aangeboden om te eten. Gefrituurde marmot in Peru, hond in China of gefrituurde vogelspinnen op de markt in Phnom Penh. Die vogelspinnen, dat is best een tragisch verhaal. Cambodjanen zijn dat gaan eten in de tijd van de Rode Khmer, simpelweg omdat er niets te eten was. Nog steeds eten ze er vogelspinnen. Ze liggen opeengestapeld op de markt of in lokale restaurants. Het smaakt vooral naar frituur. Je eet ze met een sausje van zout, suiker, chili, knoflook en wat smaakstoffen.

Maar er is nog veel meer. Zoals balut, ofwel halfgekookte eendeneieren. Het is wel even slikken, de confrontatie met een lichtroze, ongeboren dood kuikentje op je bord, dat je met waterig oogjes aankijkt, wetende dat hij nooit zijn veren zal uitslaan. Negen dagen voordat het embryo uitkomt, wordt hij levend gekookt. Vervolgens krijg je een half kuiken met veren, botten en snavel op je bord. Het is een crunchy bite: je hapt namelijk in een textuur van veertjes en botjes. Balut betekent letterlijk opgerold (vanwege het embryo). Het is proteïnerijk eten, die eieren en wekt zogenaamd de geslachtsdrift op. Je eet ze met een snuf zout en eventueel een sausje van chili en azijn. Straatverkopers in Cambodja en de Filippijnen verkopen ze ’s nachts op straat.’

Dit soort excentrieke happen zijn niet aan haar besteed. Sowieso eet ze geen vlees op reis. Niet alleen vanwege haar vegetarische principes, maar ook omdat ze bang is ziek te worden. Daarnaast kent ze allerlei trucs om een gegeven paard niet in de bek te kijken. Bijvoorbeeld toen ze een kamelenstoofschotel voorgeschoteld kreeg in Oezbekistan. ‘Daar zaten we met zo’n twintig mensen te graaien in een enorme schaal met kamelenvlees aan het bot. Bovenop lag de kamelenkop. Ik denk dat ze dat beest speciaal voor onze filmploeg hadden geslacht. Heel gastvrij, maar ik zat naar die schotel te kijken en dacht: dit ga ik echt niet opeten.’ Dessing beperkte zich tot de uien en wortelen in de schaal.

foto (54)

Lekker was het niet: ‘Alles smaakt naar gebakken schaap in Mongolië. Brood, worst, ze braden het allemaal in schapenvet. Zelfs gefermenteerde paardenmelk heeft die smaak. Dat zit in een zak, gemaakt van paardendarm, en die laten ze daar een maand lang in zitten, zodat er een gefermenteerde drank uit komt.’ Dessing slaat het allemaal niet af, dat is onbeleefd, maar ze eet of drinkt het evenmin op: ‘Ik gooi het stiekem weg. Gelukkig ben ik nog nooit betrapt,’ Ze klopt dat af onder de tafel.

Ze kookt zelf vrijwel nooit als ze op reis is, bijna altijd gaat ze uit eten in restaurants of soms bij mensen thuis. Sporadisch barbecuet ze met de filmploeg. Meestal is ze gewoon te druk met werk, waardoor ze simpelweg geen tijd heeft om een maaltijd te bereiden. Hoewel, haar ontbijt neemt ze tegenwoordig wèl zelf mee. ‘Want het ontbijt is in veel landen buiten Europa, Australië en de Noord-Amerika een drama!’ Dus sleept ze zakken muesli en poedermelk de wereld over, om zo van een uitgebalanceerd ontbijt te kunnen genieten.

Na een heftige, lichamelijke terugslag afgelopen jaar, vanwege opgelopen dengue en een niet functionerende rechternier, let ze extra op wat ze in haar mond stopt. Ze is altijd al wel bezig geweest met gezond eten: ‘Ik heb liever een hand vol noten dan een slagroomgebakje. Gezond eten heb ik van huis uit meegekregen, mijn moeder was er altijd precies in. Nog steeds eigenlijk. Met veel groenten, weinig vlees en geen vette sauzen. We aten nooit speklapjes met aardappelen, maar een pasta met groenten of gestoomde vis. Niets ingewikkelds hoor, gewoon voedzaam.’

Medio 2013 zette Dessing koers naar de Verenigde Staten. Ze reisde per vrachtschip met een Filipijnse kok aan boord. Wat moet je je dan bij het eten voorstellen? ‘Tja, een vrachtschipkeuken is niet heel geraffineerd of chic. Het is een kantine die eten serveert waar matrozen de hele dag op kunnen teren. ’s Ochtends eieren, ’s middags aardappelen en vlees en ’s avonds weer hetzelfde. Weinig variatie en nauwelijks verse groenten. Om daar wat gezonde variatie in aan te brengen neem ik snacks mee. Niet van die mueslirepen, daar zit veel suiker in, maar noten en gedroogde zuidvruchten. Die geven snelle koolhydraten, maar zijn ook gezond.

‘Het is vaak improviseren,’ vertelt Dessing, die zichtbaar opleeft wanneer ze over haar reizen kan praten, ‘maar omdat ik het al zo lang doe, weet ik meestal wel wat ik kan verwachten. Hoe Westerser het land, hoe beter het eten, maar je moet niet te moeilijk doen. ‘In sommige Afrikaanse landen hebben mensen nauwelijks te eten. Dan kom ik langs met: ik wil groenten. Dat kan niet, je moet je aanpassen. Ik was per auto op weg naar Beijing in China in 2011/2012. Dagen achter elkaar reden we door het reusachtige Rusland waar we, op een paar knollen en wortels na, nauwelijks groenten tegenkwamen. Soms is er helemaal niks. Dan breken we de instant zakjes aan. Met een scheut heet water tover je die dan om in een calorierijke pasta- of rijstmaaltijd.’

Naast haar gezondheid, denkt Dessing ook na over rechtvaardigheid en eerlijke verdeling bij haar eten. In het voorwoord van De Groene Garde, een kookboek met recepten en achtergronden over (h)eerlijk eten, dat op de markt kwam via haar uitgeverij Keff&Dessing Publishing, vertelt ze over een sinaasappel die ze kocht bij een man op een markt in Kenia. Hij had maar één sinaasappel te koop. Dat was het. Ze betaalde het veelvoud van wat hij vroeg en stopte de sinaasappel in haar tas. Later bedacht ze: wat stom dat ik die sinaasappel heb meegenomen. Ik had hem moeten betalen, maar daar laten liggen want dan had hij hem nog een keer kunnen verkopen.

Verspilling en overgewicht zijn problemen waar ze zich druk om maakt. ‘Neem de VS. Wat een verspilling, die enorme borden met eten. Ik krijg het niet op. De mensen zijn over het algemeen veel te dik. Ik zie de hele dag eten. Het aanbod is overweldigend, maar tachtig procent van het eten is echt slecht. Hoe verder je van New York bent, hoe slechter het wordt met dat vette fast food.’

McDonalds&Co hebben de wereld veranderd, constateert Dessing: ‘Zodra er welvaart komt in een land, gaan ze er hamburgers en kipnuggets eten. Toen ik in Noord Korea was, hadden ze daar een hamburgertent, zonder merk, maar wel met echte hamburgers. Dat was helemaal the bomb! Voor die mensen staat de hamburger gelijk aan Westerse ontwikkeling, terwijl wij hier terug willen naar gezond en verantwoord. Ze nemen de verkeerde dingen over van ons.’

Tot slot, wat is het lekkerste dat ze ooit heeft gegeten op reis? Dessing: ‘Bij lekker eten gaat het niet alleen om datgene wat je eet, maar ook om het moment en de omstandigheden. Na een maand lang met de tent door Mongolië te hebben gezworven, smaakte de eerste warme maaltijd bij terugkomst in de hoofdstad Ulaanbaatar als een godsgeschenk. Wat ik daar gegeten heb? Ik zou het niet meer weten. Of die keer dat ze in Kamchatka in Noordoost Rusland was. Ze ontmoette een man die in de wildernis woonde, een paar dagen lopen van de bewoonde wereld: ‘Die man telde zalmen in een meer. Hij vroeg of we honger hadden. Hij graaide in het water en haalde er een enorme zalm uit. Hij sloeg hem knock out en gooide hem op de barbecue. Vervolgens aten we hem samen op. Zo een heerlijke, verse vis had ik nog nooit geproefd.’