Genoeg voor iedereen

SchooltuintjesSamsam, nr. 2 2016
In het jaar 2050 wonen er waarschijnlijk bijna tien miljard (10.000.000.000) mensen op aarde. Al die mensen moeten eten. Hoe zorgen we dat er straks genoeg voedsel is?

Kleine boeren
“Alle ouders zouden hun kinderen moeten leren hoe je groente verbouwt,” vindt Andrew (13) uit Ghana. “Dan heb je altijd iets te eten.” Met een eigen moestuin ben je voor een deel zelfvoorzienend. Net als veel kleine boeren in Afrikaanse en Aziatische landen. Deze boeren hebben een kleine akker waar ze bijvoorbeeld maïs, cassave of sperziebonen telen. Ze kopen weinig eten en dat wat ze zelf niet opeten, verkopen ze. Bijvoorbeeld op de markt, of in stalletjes aan de kant van de weg. Omdat deze boeren weinig produceren, heten ze ook wel kleine boeren.

Milieu
Tegenstanders zeggen: pesticiden en kunstmest zijn niet goed voor de natuur. Monocultuur put de bodem uit en dan kunnen we in de toekomst helemaal geen voedsel meer verbouwen. De biologische landbouw werkt daarom anders. Biologische boeren gebruiken alleen gif dat van natuurlijke middelen is gemaakt en geen kunstmest. Ze proberen zo min mogelijk schade aan te richten aan het milieu. Deze boeren vinden net als sommige onderzoekers, dat deze manier beter is voor de toekomst.

Een Nederlander gooit zo’n 50 kilo goed voedsel per jaar weg. Beetje raar als je bedenkt dat bijna 800 miljoen mensen op de wereld honger hebben.

Biefstukje minder
Maar is er genoeg te eten als iedereen straks een moestuin heeft? Veel mensen denken van niet. Zij vinden dat we ook moeten nadenken over wat we eten. Als je bijvoorbeeld minder vlees eet, kan er meer ander voedsel voor meer mensen verbouwd worden. Voor vlees is namelijk twee keer zoveel grond nodig: voor de koeien, kippen en varkens zelf én voor het verbouwen van de soja en ander voer dat de dieren eten. Als je minder vee houdt, hoef je de grond niet te gebruiken voor stallen en sojaplantages. Je kunt er dan groente verbouwen.

Groente op Mars
Verrassende oplossingen zijn er ook. In de Oosterschelde in Zeeland is bijvoorbeeld een zeewierboerderij in het water. Daar verbouwen twee boerinnen zeewier dat gebruikt wordt als voedsel voor mensen. Zeewier is gezond. En je kunt het telen zonder land, gif en mest.
Sommige onderzoekers gaan nog veel verder: zij willen weten of je groente op de maan of op Mars kunt verbouwen.

Eerlijk verdelen
Boerderijen op het water, een biefstukje minder, groot- of kleinschalige landbouw, wat is nou de oplossing? Wetenschappers zijn het niet eens met elkaar. Veel mensen zeggen bovendien: het gaat om de eerlijke verdeling van voedsel in de wereld. Er is genoeg voor iedereen, maar het moet alleen naar de juiste plekken. Dus ook naar gebieden waar mensen honger hebben. Eten moet betaalbaar zijn voor iedereen. En er moeten betere wegen komen om voedsel te vervoeren. Als regeringen en grote bedrijven daarvoor zorgen, kan iedereen in de toekomst met een goed gevulde maag naar bed. Want dat gebeurt nu nog lang niet. Ook Andrew ziet dat voor zich: “Mijn droom is dat elk Ghanees kind drie maaltijden per dag eet.”

Met zorg
Kleine boeren zorgen meestal goed voor de bodem: ze zijn zuinig met water en verbouwen verschillende gewassen door elkaar, waardoor de bodem niet uitput. Door koemest te strooien, houden ze de grond vruchtbaar. Er zijn ook nadelen. Deze manier van voedsel verbouwen maakt kleine boeren kwetsbaar. Als de oogst mislukt, omdat er te veel of juist te weinig regen valt, hebben ze namelijk nauwelijks te eten en niets om te verkopen.

Machines
Sommige deskundigen zien weinig in kleinschalige landbouw en moestuintjes. Ze vinden dat grote boerenbedrijven en machines dé oplossing zijn: in korte tijd kun je veel voedsel produceren. Veel meer dan kleine boeren kunnen doen.

In landen als Nederland, de Verenigde Staten, Argentinië en Brazilië verbouwen boeren op enorme akkers vaak maar één soort gewas (monocultuur). Bijvoorbeeld aardappels, graan of soja. Maar als je lang achter elkaar hetzelfde verbouwt, haalt dat gewas steeds dezelfde voedingsstoffen uit de grond. Daardoor raakt de bodem uitgeput. Gewassen raken vatbaarder voor ziektes. zodat boeren gif ter bescherming spuiten. Ze strooien ook kunstmest om de bodem te voeden zodat de planten beter groeien.

Dioza en haar moestuin. Beeld: Lotte Rijkes

Dioza en haar moestuin. Beeld: Lotte Rijkes

Zelf doen
Niet alleen wetenschappers houden zich met het voedselvraagstuk bezig. Andrew bedacht het volgende. “Als je geen tuin hebt om groente te kweken, dan kun je zakken of emmers gebruiken.”  En dat is precies wat Dioza (13) en haar familie uit Alkmaar doen. Zij toverden hun stoep om in een groene oase met houten bakken vol kruiden en groente. “Oregano, rozemarijn, munt, pepermunt, salie: kruiden kun je heel goed verbouwen in een bloembak. Net als venkel, veldsla en taugé. Venkel lust ik niet, maar het groeit heel mooi,” vertelt Dioza.

Foto boven: Rink Hof/Hollandse Hoogte

 

Leave a Comment

Leave a Comment

KvK: 538 24 695