Slagen in de polder

UAF_Mardjan_Seighali_2013_575

The Optimist, juli 2016, pag. 44 – 48 
Onderwijs is een voorwaarde tot succes. Dat geldt voor iedereen, dus ook voor vluchtelingen. Al jaren helpt stichting UAF hen aan een studie of baan. Want succesvolle vluchtelingen kunnen waardevol bijdragen aan de Nederlandse samenleving. 

Lachende kinderen rollen en kruipen over het dikke vloerkleed. ‘Bij Nayeri’, staat in sierlijke letters op de muur geschilderd. Daarnaast schittert Hollands trots: Nijntje en haar vriendjes. Er staat een ste – vig gekruide soep te pruttelen. ‘We serveren hier tweemaal daags een warme maaltijd’, vertelt Nayeri Zakaria, de 36-jarige eigenares van deze kinderopvang in Utrecht. ‘Zuurkool, risotto of ghormesabzi (Iraans gerecht met suddervlees, rijst en kruiden, red.): we eten hier van alles, zolang er maar groente in zit.’ Ze lacht even. ‘Geen boterhammen met kaas, dus.’ De Armeens-Iraanse die sinds 1999 in Nederland woont, is gastouder. Haar woonkamer fungeert als speelzaal, boven staan de bedjes. Het past precies in de niet al te ruime huurwoning. Alhoewel: er lijkt weinig plek voor een privéleven van Zakaria. ‘Ach’, zegt ze, ‘de meeste dagen per jaar ben ik toch aan het werk.’

Over het UAF Afgelopen jaar begeleidde het UAF 2593 vluchtelingen en steunde studerenden met een lening van zo’n 2.500 tot 4.500 euro, die na afloop deels wordt terugbetaald. Voorwaarden: beheersing van het Nederlands, Engels of Frans, voldoende vooropleiding maar niet in bezit van een Nederlands HBO- of universitair diploma. UAF, waarvan PvdA-politicus Job Cohen voorzitter is, werd opgericht in 1948. Na het neerslaan van de studenten-opstand in Praag vluchtte een vijftigtal Tsjechische studenten naar Nederland. Nederlandse uni-versiteiten gaven ze een kans om hun studie te voltooien. Daarmee werd ook het UAF geboren. www.uaf.nl

Om haar ambities te realiseren, kreeg Zakaria in 2005 steun van het UAF, de stichting (voorheen: Universitair Asiel Fonds) die vluchtelingen helpt met studeren of het vinden van een geschikte baan. Zakaria ontmoette een UAF-medewerker in haar zesde en laatste jaar op het AZC, die haar vertelde dat ze met hun hulp kon studeren. Na jarenlang teren op 35 euro zakgeld per maand zag Zakaria eindelijk een lichtpunt. Terwijl het haar nog ontbrak aan een verblijfsvergunning, werd haar aanvraag toegelaten. ‘Ik was zó blij!’Sinds zes jaar is Zakaria erkend gastouder. Dagelijks vangt ze zo’n vijf kinderen op van ouders met onregelmatige werkdiensten, zoals artsen en NS-personeel. ‘Ik stond met een enquête op de markt en vroeg ouders wat ze bij een kinderopvang wensten. Flexibele werktijden, zeiden ze. Vandaar dat ik ook ’s nachts en in het weekend open ben.’

Educatie is niets minder dan ‘de sleutel tot succes én integratie in Nederland’, betoogt UAF-directeur Mardjan Seighali. Omdat diploma’s uit landen van herkomst hier dikwijls niet worden erkend, maken opgeleide vluchteling minder goede kansen op de arbeidsmarkt, zo staat in een beleidsnota van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid van vorig jaar. Als politiek vluchteling uit Iran kwam Seighali zelf, nu 52 jaar, in 1991 aan in Nederland. Hier wist ze het te schoppen tot de directeursstoel van dezelfde organisatie die haar destijds op weg geholpen heeft. Het UAF hielp alleen al afgelopen jaar meer dan 2500 vluchtelingen: zowel bij een HBO- of universitaire studie als in hun zoektocht naar een baan die aansluit bij hun capaciteiten.

Studeren wat je wilt, worden wie je bent. Juist aan die vrijheden ontbreekt het dikwijls in de landen van herkomst. Zo ook bij Seighali in haar jeugd. Voor haar was dit de reden om de biezen te pakken. Tijdens het bewind van Ayatolla Ali Khamenei in de jaren ‘80 werd Seighali een half jaar gevangen gezet vanwege haar politieke activisme, waardoor ze ook een studie- en werkverbod kreeg opgelegd. ‘Ik leefde in een glazen kooi’, blikt Seighali terug. ‘Mijn toekomst was uitzichtloos.’ Ze sloeg op de vlucht en legde de lange tocht af per voet, auto, ezel en bus; samen met haar twee zonen (destijds 2 en 5 jaar), een koffer en een kinderwagen. Haar echtgenoot, die eerder op de vlucht was geslagen, trof ze uiteindelijk in Nederland. Ook Zakaria zag indertijd haar toekomst in de Perzische golfstaat somber in, vertelt ze terwijl haar thee nog altijd onaangeroerd naast haar staat. Omdat ze Armeens én christen is, kon ze nooit rechten studeren in Iran – iets wat ze heel graag wilde. ‘Mijn vader zei op een dag: we vertrekken. Pas later, toen ik zijn getuigenissen las voor de IND, begreep ik dat mijn vader, technicus van beroep, serieus bedreigd werd door het regime. Hij is zelfs gevangen genomen en kreeg een pistool op zijn hoofd. Daar had ik als kind geen idee van.’

In het nieuwe land lagen de mogelijkheden niet meteen op een presenteerblaadje. De familie Zakaria kreeg onderdak in een asielzoekerscentrum in het Drentse Gees, tussen Hoogeveen en Emmen. Werken, studeren noch Nederlands leren behoorden er tot de opties. Dus besloot Zakaria op eigen kracht zich iets van de Nederlandse taal eigen te maken. Dagelijks zat ze in de bibliotheek. Ze belde aan bij buurtbewoners: ‘Hallo, mag ik met u koffiedrinken en Nederlands praten?’, vroeg ze dan, waarop ze meestal hartelijk ontvangen werd. Ze werkte in de bediening, schonk koffie en thee aan vertraagde treinpassagiers, bracht maaltijden rond in bejaardentehuizen. Allemaal pro deo.

Na enkele maanden arriveerde haar vader. Maar de gezinshereniging bleek van korte duur. Aan het begin van deze eeuw gold het omstreden terugkeerbeleid onder leiding van minister Verdonk. ‘Mijn vader, zus en jongste broer moesten het land uit. Mijn moeder, oudste broer en ik mochten blijven. Waarom? Ik snap het nog steeds niet.’ Het was de uitvoering van de Vreemdelingenwet uit 2000, met alle gevolgen van dien. Haar broer – die door alle stress concentratieproblemen op school kreeg – vertrok met hun vader naar Zwitserland die er geen verblijfsvergunning kreeg en dus niet kan reizen. Haar zus ging naar Armenië. ‘Ons gezin is tot op de dag van vandaag verscheurd.’

Zakaria praat snel. Haar leven raast als een film voorbij. In de kamer naast ons liggen kinderen in bed. Een paar liggen er te keten. ‘Sorry’, zegt Zakaria. Ze loopt de deur uit en verzoekt vriendelijk doch dringend: ‘Nu slapen, jongens!’ Er valt een stilte. Over haar leven – waarin ze van alles heeft meegemaakt – vertelt ze in een sneltreinvaart, maar wanneer ze begint over hoe Grietje Jansen, haar begeleider bij het UAF, haar door een zwarte bladzijde uit haar geschiedenis had gesleept, komen de emoties los. Nadat Zakaria door het UAF was aangenomen en een voorbereidend schakeljaar Nederlandse les had gevolgd, begon ze aan de opleiding hotelmanagement van de Hogeschool Utrecht. Daar zonk de moed haar in de schoenen. ‘Iemand van de opleiding zei tegen mij dat ze niet geloofde dat vluchtelingen beter konden organiseren dan Nederlanders. Bovendien hadden wij toch geen geld om iets te starten. Ze zei: het is beter als je hier weggaat…’

Het incident staat niet op zich. Uit diverse onderzoeken blijkt dat allochtonen te maken hebben met discriminatie. Zo ook op de werkvloer. Op basis van cijfers van de OESO en Eurostat, meldde de Volkskrant afgelopen jaar nog dat vrijwel nergens in Europa de arbeidskansen van allochtonen zo dramatisch zijn als in Nederland. Meer dan de helft van de immigranten van buiten de EU, heeft geen betaald werk. ‘Toekomstdromen eindigen in frustratie en talent wordt verspild’, reageerde Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken.

‘Zolang we niet in staat zijn om goed uit te leggen dat vluchtelingen een aanwinst kunnen zijn, houden we problemen op de arbeidsmarkt in stand’, stelt Seighali van het UAF. ‘Er moeten meer banen worden gecreëerd, zodat mensen minder snel geneigd zijn te denken: die vluchteling pikt mijn baan in.’ Ze ziet het beeld van de angstige burger overheersen in de media, terwijl ze in de praktijk een beweging gadeslaat van burgers die vluchtelingen juist willen helpen. ‘Het UAF kreeg afgelopen jaar zo’n 200 aanmeldingen binnen van mensen die mentor wilden worden, ook vanuit de jongere generatie’, vertelt ze. Dat is vier keer zoveel als in het voorgaande jaar. Indertijd zag Zakaria het niet meer zitten. ‘Ik ga nooit meer studeren, dacht ik. Maar Grietje bleef volhouden dat ik heus wel geschikt was voor een opleiding.’ Een half jaar later ging Zakaria eens bij de Pabo kijken. ‘Ik bezocht een locatie waar ik een man tegenkwam die me vroeg: “Kun je wel tegen huilende kinderen en poepluiers?” Huh, dacht ik, waar heeft die vent het over? Bleek ik in plaats van de Pabo bij de opleiding pedagogiek binnen te zijn gelopen!’ Er was een klik, met de docent en de studie. Een toevalstreffer.

Na zes jaar ecologische pedagogiek opende ze haar eigen opvang. Eerst in een flat, niet lang daarna in de huurwoning waar ze nu zit. Financiering krijgen bleek lastig, dus toen moest het maar zonder. Het meubilair regelde ze gratis via Marktplaats. Haar toenmalige vriend hielp met traphekjes en dubbelglas. Alleen de EHBO-doos, brandblusser en overige veiligheidsattributen schafte ze nieuw aan. Alles stond in de startblokken. Maar precies rondom de eindpresentatie over het bedrijfsplan dat onderdeel van het UAF-traject vormt, kreeg ze het tragische nieuws te horen dat Grietje Jansen, Zakaria’s steun en toeverlaat, plotseling was overleden aan een hersenbloeding. ‘Ik kreeg een brok in mijn keel en wilde zo snel mogelijk weg’, vertelt Zakaria. ‘Ik had geen zin meer in een feestje.’ Ze valt stil. De tranen lopen over haar wangen.

‘Vluchtelingstudenten leggen een taaie, zware weg af’, weet Seighali. ‘Ze moeten integreren, een nieuwe taal leren en een geschikte studie of baan zoeken. Ze laten alles achter zich en moeten hun draai vinden in een nieuwe maatschappij. Wij bieden steun, maar uiteindelijk doen zij het allemaal zelf.’

Zo ziet Majed Zain Aldin (32), student maatschappelijke dienstverlening aan de Haagse Hogeschool, het ook. ‘Ik heb een studiebegeleider via het UAF die me monitort, maar ik ben mijn eigen coach.’ Toch speelt het UAF een cruciale rol, en niet enkel omtrent de financiën: ‘Ze staan achter mij, hebben vertrouwen. Dat werkt heel motiverend’, aldus de laatstejaarsstudent uit Irak, die 2008 in Nederland aankwam.

Aansluiting vinden op de arbeidsmarkt is echter een stuk lastiger. ‘Het UAF slaagt er helaas nog onvoldoende in om vluchtelingen aan een geschikte baan te helpen’, beaamt Seighali, die daarmee een urgent maatschappelijk vraagstuk aanroert. ‘Wij zitten met Unilever, Accenture, KPMG, NS en de medische wereld aan tafel. We leggen uit dat ze niet bij voorbaat al moeten schrikken van moeilijke namen of een gat in het CV, iets waar vluchtelingen vaak mee kampen.’ Ook bespreekt Seighali stage- en werkervaringsmogelijkheden, maar dit is enkel interessant wanneer mensen daarna daadwerkelijk aan een baan worden geholpen.

Voor Zain Aldin is de druk groot. Indien hij binnen een jaar geen geschikte baan vindt, moet hij vanwege zijn studieverblijfsvergunning het land uit. En toch: ‘Ik zie mezelf niet als slachtoffer, ik haat dat.’ Hij blijft dan ook positief: ‘Een andere achtergrond is juist een verrijking. Ik heb veel van de wereld gezien. Die levenslessen zijn heel wat waard, ook voor werkgevers.’ Ook Zakaria lijkt met haar tomeloze energie onvermoeibaar optimistisch: ‘Ik wil mijn bedrijf uitbreiden en zoek nu een grotere locatie waar ik meer kinderen kan opvangen.’ Of het gaat lukken? ‘Sommigen zeggen van niet, maar die zeiden dat ook toen ik met mijn thuisopvang begon. En kijk nu eens.’

Lees het artikel in pdf

Foto: UAF-directeur Mardjan Seighali 

Leave a Comment

Leave a Comment

KvK: 538 24 695